In mijn geheugen staat 'gebak' gegrift als een verboden woord. Je moet 'taart' zeggen, zei mijn moeder altijd, en als je slechts een punt wilt, zeg je 'taartje'. Een woord als 'gebakje' was haar zo mogelijk een nog grotere gruwel dan zonder verkleiningsachtervoegsel. Netjes taalgebruik is een onderwerp waarover steeds minder mensen zich druk maken. Ik daarentegen heb met de paplepel meegekregen dat je iemand sociaal kunt wegen door naar z'n taal te luisteren. Niet dat ik dagelijks sollicitanten ontvang, maar als er een gebak wil bij z'n koffie, dan kan-ie het wel schudden. Pas op, er zijn nog velen van mijn babyboom-generatie, de machthebbers in de huidige samenleving, die er net zo over denken als ik. Hierbij wat nuttige tips voor jonge taalgebruikers die bij hun managers in het gevlei willen komen door zich van sociaal correcte taal te bedienen.
Kleinburgerlijke taal
Eerst even een klein misverstand uit de weg ruimen. Sociaal Correct Taalgebruik (SCT) richt zich niet tegen sociale of regionale dialecten, zoals Amsterdams, Haags, Gronings of Twents. Daar is niks mis mee. Sterker nog, het zijn eerlijke en oprechte alternatieven voor SCT. Nee, het SCT wil zich vooral onderscheiden van het Kleinburgerlijk Taalgebruik (KBT). Wat is dat? KBT is te herkennen aan z’n vormelijkheid en inhoudsloosheid. Moeilijkdoenerij om niks. Voorbeelden zijn pantalon (KBT) versus broek (SCT) of nog erger kostuum (KBT) versus pak (SCT). Een kostuum koop je bij de C&A (of in een feestartikelenwinkel); een pak koop je bij Paul Smith. Evenzo voor wat betreft colbert of colbertje (beide KBT) versus jasje (SCT). Probeer in Frankrijk maar eens een colbert te kopen als u een jasje zoekt. Kun je lachen. Let daar voortaan een beetje op. Als een verkoper u vraagt of u een bijpassende pantalon bij uw colbertje wilt, dan weet u dus zeker dat u in de verkeerde winkel bent. SCT komt erop neer de dingen bij hun onverbloemde naam te noemen. Dat geldt voor alles: dood, ziekte, lichamelijke uitscheidingen.
Uitspraak
KBT uit zich ook in de uitspraak. Een opvallend voorbeeld van deze tijd is de hypercorrecte z-klank onder Amsterdammers die telkens door hun juffrouw werden verbeterd als ze 'de son in de see sagen sakken' en nu iedere willekeurige s als een z uitspreken: 'Zochtends in Zas van Gent'. In één moeite door - ik weet niet hoe dat verschijnsel heet - wordt bovendien de f als een v uitgesproken. Let daar maar op als u de nieuwslezer van Het Journaal hoort; die met die bloemetjesdas: 'De vize-prezident van Vinland heevt gizteren bezloten'. Moeilijker hoorbaar, maar ook typerend voor deze tijd, is het hypercorrecte wegvallen van de sjwa, ofwel de stomme e, die sinds 's mensenheugenis wordt uitgesproken in een woord als melk tussen de l en de k. Nee, zeggen de juffen en meesters van tegenwoordig, netjes is om het woord op z’n Engels uit te spreken, dus als milk maar dan met een e. Gelukkig hebben mijn kinderen het nog steeds over een [mellukkie] als ze een glas melk [melluk] willen.
Eigenlijk is iedere hypercorrectie een vorm van KBT. Op de Albert Cuyp hoor je niemand meer vragen hoe duur iets kost, maar hoe duur iets is of hoe veel iets kost, hoor je evenmin. Nee, iedereen die daar een antwoord op wil hebben, vraagt hoe veel is het, of zelfs wat is dat, om maar in godsnaam niets te construeren wat lijkt op de bekende tautologie.
Auto of oto
Een probleemgeval, als sociale indicator, is de uitspraak van het woord auto. In Den Haag, waar ik tegenwoordig woon, beschouwt men het als niet-netjes om auto uit te spreken als [auto]. Met moet zeggen [oto]. Veel mensen met een klassieke opleiding zijn het daar niet mee eens. Alsof de oude Grieken de automobiel hebben uitgevonden, riposteer ik dan altijd. Totdat ik, tot mijn schrik, koningin Beatrix een keer [auto] hoorde zeggen op de televisie. Ik vond het vreselijk! Sindsdien moeten mijn kinderen nog steeds [oto] zeggen, maar sollicitanten die het over een [auto] hebben, wijs ik niet meer bij voorbaat af. (Al beschouw ik het nog steeds als een minpunt.)
Bier of pils
Hetzelfde is het geval met bier of pils. Pils is natuurlijk een veel nauwkeuriger omschrijving van het product dat je van de barman wenst en toch schrijft het SCT voor dat je om een biertje vraagt en niet om een pils of erger nog, een pilsje. Gek hè? Zo ziet u maar dat de taal een levend organisme is, grillig, misschien zelfs onredelijk en zich in ieder geval niet aan regels bindt. (rn)