Lang, lang geleden, toen de AEX nog floreerde, wisten telecombedrijven en internetaanbieders het zeker. Mobiel internet ging alleen per UMTS. Inderdaad, juichten de overheden in heel Europa, en ze buitelden over elkaar heen om er zo veel mogelijk geld uit te persen. De licentieveilingen zadelden de industrie op met lege investeringspotten en torenhoge schulden. Anno 2003 staat ’t er met UMTS dan ook slecht voor. Oké, Man en Monaco hebben een mini-netwerkje met een handvol basisstations gekregen en hier en daar beginnen operators schoorvoetend met de uitrol. Maar razendsnel films downloaden op de hei lijkt verder weg dan ooit.
Ik zeg met nadruk: lijkt. Want dat dure, complexe UMTS, dat nu als een molensteen om de hals van de telecombranche hangt, wordt gewoon het Betamax van de telecombranche. Het VHS van de markt voor mobiel internet heet dan GPRS. Die technologie staat al ruim een jaar bij verschillende operators in de etalages. Goed, het is langzamer, maar a – het is beschikbaar en b – de prijzen zijn rap aan het dalen. Zo blijkt het voor ondergetekende heel interessant om binnenkort een nieuw, ‘helder’ abonnement te nemen. Daar zit standaard een goedkoop GPRS-tarief in. Een mobiel e-mailtje kost dan drie keer niks. Zelfs in het buitenland.
Maar waarom moest ik daarnaar zoeken? Het lijkt wel alsof alle operators zich schamen voor GPRS. Probeer eens te vinden welke abonnementen de industrie biedt, hoe duur ze zijn, wat de dekking van de aanbieders is en wat roaming in het buitenland kost. Spetterende GPRS-aanbiedingen zijn er helemaal niet, terwijl de verzadigde markt voor mobiel bellen daarentegen nog bol staat van de acties. Alleen over i-mode lees je iets. Is iedereen voorzichtig geworden, na de ramp met UMTS? Meer reclame voor GPRS is noodzaak. Vind ik.
En vindt ook de markt! Goedkoop mobiel internet is hét product dat de kwakkelende telecombranche weer op gang kan brengen. Het gras wordt de telecombedrijven intussen voor de voeten weggemaaid. Technisch hebben we het dan over de 802.11b-standaard of de WiFi-technologie, maar u en ik spreken gewoon over draadloos breedbandinternet. In onze videometafoor is dit het DVD van de telecom. Andere technologie, dezelfde én mooiere mogelijkheden.
Goed, moet u nu eens opletten wat er gebeurt. Grote bedrijven die gewoonlijk niets met datacommunicatie van doen hebben, springen in op deze WiFi-trend. Met een laptop en een draadloos netwerkkaartje kunnen hun klanten zó het net op. Met name airliners, spoorwegen en aanverwante branches zien het licht. Schiphol heeft bijvoorbeeld al een tijdje een W-LAN in de lucht. Handig voor zakenreizigers: terwijl u wacht bij de gate, zit u mobiel breedbandig op het net. De Zweden bieden zelfs internet-in-de-trein en dus een compleet bureau op wielen. Duitsland wilde niet achterblijven en plaatst wireless access points à la Schiphol, maar dan op elk groot station. De Lufthansa kon het natuurlijk beter: sinds deze maand vliegt er een 747 met internetaansluitingen op Washington. En zelfs particulieren doen mee, want er bloeit een heuse WiFi-scene, waarin privégebruikers en horecabedrijven een eigen draadloos netwerkje bouwen en openstellen voor anderen. Er zijn websites met lijsten van dergelijke hotspots voor ‘hubhoppers’.
Kortom: nog twee, drie jaar en dan kun je op alle belangrijke locaties in heel West-Europa mobiel in breedband op het internet. De slimste telecommers hebben hiervoor WiFi-producten en -expertise in huis gehaald en verkopen die aan bedrijven en particulieren. En hebben GPRS in de markt gezet als eenvoudige, voordelige smalband-oplossing die de gaten in de WiFi-dekking opvult. Dát zou nu precies zijn wat ik zoek. Daarin ben ik vast niet alleen. Maar intussen ligt de industrie te slapen. Want waar blijven die aanbiedingen? (jb)