Het is inmiddels ruim drie maanden geleden dat de actualisering van de officiële spelling van het Nederlands haar beslag kreeg. Hetzelfde geldt voor het alternatief van diverse toonaangevende media en het Genootschap Onze Taal. Pleitbezorgers van de tegenspelling hebben in de afgelopen tijd ruimschoots hun argumenten laten horen. Ze kregen daarvoor alle ruimte van de opstandige media in hun gelederen. Maar ook de Werkgroep Spelling van de Taalunie sloeg van zich af, recentelijk nog in het oktobernummer van Onze Taal.
Een mooi tijdstip om een eerste balans op te maken: hoe pakt de rivaliteit tussen groen en wit uit? Heeft de lancering van de witte spelling meer duidelijkheid gebracht? Of is er vooralsnog sprake van een strijd zonder winnaars?
Voor professionele taalgebruikers zoals wij is het antwoord op die laatste vraag eenvoudig: ja. De discussie tussen groen en wit – voor zover er over een discussie te spreken valt – kenmerkt zich tot nu toe door het over en weer serveren van jij-bakken. Daar is niemand mee gebaat, want beide partijen hebben gelijk. En ongelijk.
Zo verwijt de pot de ketel dat in de officiële spelling ‘jood’ en ‘Jood’ naast elkaar voorkomen, waarna de bal wordt teruggekaatst met de sneer dat wit zowel ‘barok’ als ‘Barok’ toestaat.
En op een hoger niveau: groen meent dat zijn regels eindelijk volstrekte helderheid bieden. Leer de regels uit je kop en je kunt niks meer fout doen – dat is zo ongeveer de gedachtegang van de Werkgroep Spelling. Wit stelt daartegenover dat variatie niet schadelijk is, zolang dat maar regels oplevert die gemakkelijker te onthouden zijn dan die in de Leidraad.
U ziet ‘t: beide partijen komen met terechte bezwaren, maar hebben tegelijk boter op hun hoofd.
Daarbij valt het vooral op dat de kampen zich allebei beroepen op de wil van de taalgebruiker. Groen beweert dat er behoefte is aan houvast. Wit meent dat taalgebruikers vooral op hun taalgevoel willen afgaan. Nergens wordt duidelijk of die gebruikers daadwerkelijk om hun mening is gevraagd.
Ook wij hebben daar geen onderzoek naar gedaan, maar het laat zich raden dat de waarheid in het midden ligt.
De groene spelling draaft door in zijn regelzucht: werkelijk alles in de spelling moet aan regels worden onderworpen. Die regels zijn bovendien zo omslachtig dat de gemiddelde taalgebruiker ze niet kan onthouden. In de praktijk is hij sneller af als hij meteen de Woordenlijst raadpleegt. Daarnaast vragen diverse regels zo veel voorkennis – bijvoorbeeld over de meervouden van een woord – dat de gemiddelde taalgebruiker opnieuw beter af is als hij meteen maar de Woordenlijst raadpleegt. Die moest hij namelijk toch al raadplegen om die meervouden op te zoeken.
De witte spelling is in de praktijk weinig anders dan groen-1995-plus. Ook daar schiet de taalgebruiker weinig mee op, want de nieuwe spelling van 1995 is immers de basis van de felbestreden ‘nieuwe’ spelling van 2005-’06. Wie bezwaar heeft tegen bijvoorbeeld de tussen-n-regels, moet niet schoppen tegen de recente spellingsactualisering; de tussen-n stamt immers uit 1995. Een volwaardig alternatief laat dus niet alleen de actualisering van 2005-’06 los, maar ook de spelling van 1995. Maar daar was waarschijnlijk te weinig tijd voor; op 1 augustus 2006 moest er een boekje in de winkels liggen. Gelukkig had Onze Taal zijn – eveneens witgekafte – Spellingwijzer van 1995 al klaarliggen en was het genootschap er uiteindelijk voor te porren om die in een paar maanden op te poetsen tot een heuse tegenspelling. En dát nadat Onze Taal in november 2005 als een van de eerste gezaghebbende taalinstituties had aangekondigd dat het met ingang van 1 januari 2006 de aangepaste officiële spelling zou voeren!
Met andere woorden, uit de huidige spellingstrijd komen alleen verliezers voort en talloze burgerslachtoffers – zoals meestal het resultaat is van oorlog. De partijen hadden hun energie beter kunnen steken in een diplomatieke dialoog, om zo tot een breed gedragen spellingsvoorstel voor 2016 te komen. Het witte kamp had daarbij de moed moeten hebben om de officiële spelling voor de komende tien jaar als voldongen feit te accepteren. Het groene kamp had het gesierd als het de hakken niet meteen in het zand had gezet tegenover een belangrijke groep taalgebruikers.
Hoe lang duurt het nog voordat de kemphanen hun trots inslikken? (md)