Tussen-n
Tussen-s
Tussen-n
De hoofdregels (Leidraad)
Een samenstelling krijgt een tussen-n wanneer:
1. enkelvoud niet eindigt op stomme e: (1) uitsluitend meervoudsvorm(en) op -en of (2) meervoudsvormen op -en en -s
2. enkelvoud eindigt op stomme e: (3) uitsluitend meervoudsvorm(en) op -en of (4) vrouwelijke nevenvorm
Voorbeelden
1. eend-eenden, dus eendenei
brandweerman-brandweermannen/brandweerlieden, dus brandweermannenlied
2. beginsel-beginselen/beginsels, dus beginselenwet
3. zede-zeden, dus zedenpreek
lende-lenden/lendenen, dus lendenwervel
4. communicante = communicant e, dus communicantenjurkje
De uitzonderingen (Leidraad)
Als het eerste deel:
- een werkwoord is: spinnewiel
- een bijvoeglijk naamwoord is: blindedarm
- geen meervoud heeft: rijstebrij
- iets unieks aanduidt: zonneschijn, Koninginnedag
- een versterkende of waardebepalende betekenis heeft en het geheel een bijvoeglijk naamwoord is: beregoed, boordevol, reuzeleuk, stekeblind
Als de twee delen:
- niet (meer) herkenbaar zijn als afzonderlijk woorden in hun oorspronkelijke betekenis: bolleboos, flierefluiter, klerelijer, ruggespraak, kinnebak
Let op: Alle woorden met geboorte, heide, weide, hoeve, waarde, lade, zonde etc. hebben –en én –s als meervoud gekregen. Daardoor krijgen ze in samenstellingen geen tussen-n.
Een afleiding met tussenklanken (machteloos, hulpeloos) krijgt nooit een tussen-n: ideeëloos.
Tussen-s
De regel (Leidraad)
Schrijf in samenstellingen waarvan het tweede deel met een sisklank begint, een –s- als de aanwezigheid van de tussenklank blijkt uit een samentrekking: adventsstuk (want: advents- of kerststuk), meisjesstemmen (want: meisjes- en vrouwenstemmen), liefdesscène (want: liefdes- en sterfscène).
De dubbelspelling die niet is afgeschaft
Op grond van uitspraakvariatie behouden vele woorden twee gelijkwaardige spellingen: dood(s)kist, drug(s)beleid, handel(s)maatschappij, inkoop(s)prijs, spelling(s)commissie, tijd(s)verschil, voorbehoed(s)middel, wet(s)tekst.