Voor het samenstellen van de navolgende taalgebruiksadviezen zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
Hoe is het met de autoriteit van deze bronnen gesteld? Op deze pagina bespreken we de bronnen in het kort, waarna we overgaan tot een algemene rangschikking van autoriteit op het gebied van taal, spelling en stijl. We zullen deze rangschikking aanhouden zolang de keuzes van de eerste autoriteit niet om belangrijke redenen in twijfel zijn te trekken. In die gevallen behouden we ons het recht voor te kiezen voor een oplossing van een 'mindere autoriteit' of zelf gefundeerd een knoop door te hakken.
Algemene Nederlandse Spraakkunst
Hoewel 'Tante ANS' van nature een descriptief karakter heeft en nooit is bedoeld als normatief standaardwerk voor geschreven taal, vallen steeds meer taalgebruikers voor hun taalkeuzes terug op deze bijbel van de Nederlandse grammatica. De ANS beschrijft het Nederlands zoals dat in de jaren tachtig werd gesproken en geschreven, zonder een waardeoordeel uit te spreken. Dat leidt er in veel gevallen toe dat de samenstellers verschillende vormen naast elkaar bespreken, omdat allebei voorkomen in het dagelijks gebruik. Doordat ze (wellicht als tegemoetkoming aan de op regels gestelde lezer) wél vermelden wat algemeen wordt beschouwd als correct Nederlands, fungeert het handboek stiekem toch als normatieve leidraad. Opmerkelijk genoeg zijn twee van de samenstellers tevens verantwoordelijk voor de merkwaardige spellingsherziening van 1994.
Groene Boekje (Woordenlijst en Leidraad)
Tot aan de nieuwe uitgave van 1995 was het Groene Boekje onomstreden in zijn autoriteit op het gebied van spelling. Hoewel de editie van 1954 vele spellingsinconsequenties bevatte – veroorzaakt door de onmin tussen de Nederlandse en Vlaamse samenstellers destijds - en er alom onvrede heerste over diverse spellingsregels (of spellingregels – inderdaad, de regel van de tussen-s was een van die vage regels), was er geen taalgebruiker die regels en woordenlijst in twijfel trok.
Dat is veranderd met de komst van het Groene Boekje van 1995, dat verscheen in een storm van kritiek op het Spellingsbesluit van 1994. Die kritiek was en is grotendeels terecht: met de regelaanpassing hebben de bedenkers, aangevoerd door prof. Guido Geerts (Spellingcommissie Nederlandse Taalunie) en prof. Maarten van den Toorn (Taaladviescommissie), allerminst een vereenvoudiging bewerkstelligd. Waar de oude regels vaak te onduidelijk waren, blinken de nieuwe regels uit door een teveel aan logica – en aangezien logica en taal nu eenmaal niet goed samengaan, moest dat wel leiden tot soms monstrueuze uitzonderingsregels, zoals die bijvoorbeeld voor de fameuze tussen-n werden ontwikkeld.
In het Groene Boekje van 2005 heeft de Werkgroep Spelling van de Taalunie de lijn van 1995 doorgezet (zie onze bespreking Ideeëloos). De eerste tienjaarlijkse spellingsactualisering die hooguit mocht leiden tot een bescheiden herziening van spellingsregels, draaide uit op een reusachtig project waarin de Leidraad van kop tot staart werd herschreven. De extreme opfrisbeurt van onze spellingshandleiding leidde ertoe dat er veel meer regels zijn veranderd dan de Taalunie wil toegeven. De complexe regels van 1995 bleven daarbij gehandhaafd, terwijl er meer (evenzeer complexe) regelgeving bij kwam op gebieden waar tot nu toe onduidelijkheid heerste.
Maar ook al deugen ze soms niet, regels zijn nu eenmaal regels. Daarom zien wij geen reden de autoriteit van de Leidraad op het gebied van spelling in twijfel te trekken.
Anders was het tot voor kort gesteld met de Woordenlijst, de hoofdmoot van het Groene Boekje. Het spijt ons te moeten constateren dat Piet van Sterkenburg van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, de samensteller van de lijst van zowel 1995 als 2005, er tien jaar geleden een potje van heeft gemaakt, waardoor zelfs met een beetje goede wil er geen autoriteit meer aan de Woordenlijst viel te ontlenen. Dat kwam doordat deze nieuwe lijst is samengesteld met behulp van klaarblijkelijk weinig intelligente software, die zonder onderscheid bronnenmateriaal heeft uitgeplozen op alle woorden die er meer dan twee keer in voorkomen.
Aan alles was te zien dat het resultaat van deze vivisectie zonder enige controle is uitgegeven als 'Woordenlijst'. Uit de vele bizarre en veelal overbodige afleidingen en samenstellingen die de lijst hebben gehaald, is bijvoorbeeld af te leiden dat het bronnenmateriaal voornamelijk uit kranten bestond. Woorden waarvan het nuttig was geweest om ze vanwege hun spellingscomplexiteit op te nemen, ontbreken vanwege het simpele feit dat ze toevallig niet in het bronnenmateriaal voorkwamen. Ook de onvermijdelijke fouten in die bronnen zijn ongecorrigeerd – en vaak ongedocumenteerd – in de Woordenlijst terechtgekomen. De 'stiekeme' veranderingen die wel werden ontmaskerd (voornamelijk door oplettende leden van Onze Taal), zijn al net zo stiekem teruggedraaid in volgende edities van de Woordenlijst.
Dat leidde meteen tot een tweede bezwaar. Want over welke Woordenlijst hadden we het eigenlijk? Sinds het verschijnen zijn er in elke nieuwe druk, al dan niet stilzwijgend, wijzigingen aangebracht, die de taalgebruiker ertoe dwingen inmiddels vier à vijf verschillende edities (op papier en elektronisch) te raadplegen. In de afgelopen tien jaar is er geen enkele overheidsinstantie geweest die een richtlijn heeft uitgevaardigd waarin staat welke editie de correcte is. Ons derde bezwaar was dat de regels uit de Leidraad niet consequent worden volgehouden in de Woordenlijst: vele foutieve vervoegingen van werkwoorden van buitenlandse origine zijn daar een treffend voorbeeld van. Mogelijk zijn ook hier de niet gecorrigeerde fouten in het bronnenmateriaal verantwoordelijk voor deze inconsequenties.
Kortom, wij hadden redenen te over om diverse vraagtekens te zetten bij de betrouwbaarheid van de nieuwe Woordenlijst en te kiezen voor naleving van de regels van de Leidraad voor de spelling van Nederlandse woorden.
De Woordenlijst in het Groene Boekje van 2005 zet veel van deze fouten recht. Talloze overbodige samenstellingen zijn terecht geschrapt, talloze onzorgvuldigheden werden gecorrigeerd. Bovendien werd een akkoord gesloten met woordenboekmakers en instituten als Onze Taal om voortaan één spelling te hanteren. Dat maakte de twee hieronder besproken gidsen overbodig als het gaat om het verschillend uitleggen van de spellingsregels, met verschillende woordenlijsten als resultaat. In haar gedaante van 2005 heeft de Woordenlijst haar autoriteit wat ons betreft weer herwonnen. Daar staat tegenover dat er een wonderlijk regime werd ingevoerd ten aanzien van afbrekingen.
De Nieuwe Spellinggids van de Nederlandse Taal
De ondertitel van de Nieuwe Spellinggids van Van Dale/Wolters/Prisma spreekt boekdelen: 'De nieuwe spelling volgens de richtlijnen van de Nederlandse Taalunie, zoals geïnterpreteerd door de Spellingraad van Van Dale Lexicografie.' Voorafgaande aan de woordenlijst vindt de lezer een alfabetisch overzicht van de regels van de Nederlandse spelling; deze regels zijn inderdaad, vooral waar het de wijzigingen van 1994 betreft, een interpretatie van de voorschriften van de Taalunie.
Het resultaat is een woordenlijst die oorspronkelijk op 171 plaatsen afweek van de officiële lijst – aldus het officiële gezamenlijk persbericht van 20 maart 1996 van de Taalunie en de verzamelde lexicografen, die tot die tijd flink met elkaar overhoop hadden gelegen. Een inventarisatie van Onze Taal leerde dat het om 859 verschillen ging en in feite nog veel meer – los van de vele vraagtekens die waren te zetten bij de manier waarop de woordenlijsten en de nieuwe Van Dale (met nieuwe spelling) tot stand waren gekomen.
Het probleem is dat de verschillen, alsmede enkele toegegeven 'fouten' en 'onzorgvuldigheden', in latere edities werden gecorrigeerd: een gedeelte werd rechtgezet door de woordenboekentroika, een ander gedeelte door de mensen achter het Groene Boekje. Doordat vorige edities niet zijn 'teruggetrokken' of herroepen (ongetwijfeld uit commerciële overwegingen), is er verschil ontstaan tussen edities, hetgeen de duidelijkheid niet ten goede komt – ook al zijn er inlegvellen en errata toegezegd. Voor het overige heeft er een grote verdwijntruc plaatsgevonden: Groene Boekje en Van Dale hebben immers zo'n 650 'onproblematische' verschillen (die nog altijd niet zijn gecorrigeerd) onder het tapijt geveegd omdat die niet zijn veroorzaakt door de spellingsaanpassing van 1994. Daarmee werd de indruk gewekt dat Groene boekje en Van Dale voortaan allebei volgens de officiële regels spelden, maar het tegendeel is waar. Vooral op het gebied van de fameuze tussen-n hanteert Van Dale nog steeds afwijkende regels, die het ook niet wenst los te laten. De regels van Van Dale zijn echter even arbitrair als die van de Leidraad, waardoor we even goed de Leidraad kunnen aanhouden.
Ook op de uitleg van de regels door de Nieuwe Spellinggids is wel wat af te dingen. De alfabetische volgorde werkt het overzicht niet in de hand, terwijl de uitleg hier en daar nodeloos ingewikkeld is.
Spellingwijzer Onze Taal
De Spellingwijzer Onze Taal, een uitgave van het Genootschap Onze Taal, is tot stand gekomen als reactie op de verwarring die is ontstaan na het Spellingsbesluit van 1994. Enkele van de grootste criticasters op die spellingsherziening (Harry Cohen, Wim Daniëls, Peter Smulders en Corriejanne Timmers – alle medewerkers van het tijdschrift Onze Taal) namen zitting in de redactie van deze Spellingwijzer. Saillant detail is dat de opsteller van de officiële Leidraad, Jan Renkema, tevens aan het hoofd stond van de projectgroep Spellingwijzer.
Het doel van de Spellingwijzer is het helder uiteenzetten van de spellingsvoorschriften in 124 'spelregels', die reiken van de elementaire spellingsbeginselen (standaarduitspraak, etymologie, herkomst, vormovereenkomst) tot aan de vele spellingsproblemen in de praktijk. Vooral de behandeling van de praktijkregels voor bijvoorbeeld accenttekens, apostrofgebruik, aaneenschrijven, afkortingen en tussenletters blinkt uit in eenvoud en helderheid. De Spellingwijzer begeeft zich daarnaast regelmatig op het vlak van de grammatica, bijvoorbeeld om de juiste spelling van werkwoordsvervoegingen en naamwoordsverbuigingen uit te leggen. De spelregels van de Spellingwijzer vormen een welkome aanvulling op de Leidraad en kunnen ter verheldering dienen op punten waar de Leidraad tekortschiet.
De Spellingwijzer bevat tevens een inventarisatie van de verschillen tussen de Woordenlijst en de Spellinggids van Van Dale, alsmede een alternatieve woordenlijst, die tot stand is gekomen op basis van de 124 spelregels. Deze lijst moet als 'tegenlijst' worden gezien, aangezien de kritiek van de samenstellers zich niet alleen richt op de complexiteit van de nieuwe regels, maar ook op de kwaliteit van de officiële woordenlijst (zie boven). Doordat Onze Taal bewust kiest voor een middenpositie tussen de Woordenlijst en Van Dale, en de niet gedocumenteerde verschillen tussen de twee zichtbaar maakt, vormt de lijst van de stichting een aantrekkelijk alternatief voor de dwalende speller.
Toch is het de vraag of de alternatieve lijst van Onze Taal voldoende gezag heeft als het gaat om de spelling van een specifiek woord. Een handige truc helpt dit probleem te omzeilen. Het is immers mogelijk voor een zeer groot deel naar de officiële Woordenlijst te verwijzen (de vele duizenden woorden zonder problemen zijn immers op dezelfde manier in de Spellingwijzer opgenomen), terwijl voor de probleemwoorden een onderbouwd uitzonderingsbeleid wordt gehanteerd. Deze probleemwoorden zijn de woorden/woordgroepen in de Woordenlijst die:
- volgens de Leidraad foutief zijn gespeld
- onaangekondigd en zonder verantwoording van spelling zijn gewijzigd ten opzichte van het Groene Boekje van 1954.
Schrijfwijzer
Jan Renkema's Schrijfwijzer is in korte tijd uitgegroeid tot een alom gerespecteerde gids voor de beroeps- en amateurschrijver. Het boek geeft heldere adviezen op het gebied van taal, stijl, compositie en spelling en beslaat daarmee het gehele spectrum van het schrijven. Het prettige van Schrijfwijzer is dat het direct 'inzoomt' op veelgemaakte fouten en niet de pretentie heeft een volledige beschrijving van de grammatica te geven, zoals de ANS. Daarmee is Schrijfwijzer onovertroffen als praktisch naslagwerk. Bovendien valt de auteur gevoel voor humor niet te ontzeggen, vooral daar waar hij enkele faux-pas op stijlgebied bespreekt, zoals het gebruik van archaïsmen en modieuze termen.
De hoofdstuk- en paragraafindeling van Schrijfwijzer is overzichtelijk en heeft mede aan de basis gestaan van de indeling van de navolgende taaladviezen.
Taaladviesdienst (website Onze Taal)
Aanvullend op de adviezen in Schrijfwijzer zijn de aanbevelingen van de Taaladviesdienst van Onze Taal te beschouwen. Met deze dienst biedt de stichting Onze Taal antwoord op veelvoorkomende praktijkproblemen op het gebied van taal, spelling en stijl. De Taaladviesdienst biedt geen structurele oplossingen, maar hakt knopen door in kwesties die ad hoc worden voorgelegd door leden van de stichting en andere taalgebruikers. Voor enkele specifieke kwesties kan de uitleg van de Taaladviesdienst verhelderend zijn, hoewel ze in haar keuzes soms iets te slaafs het Groene boekje volgt of te gemakkelijk nevenvormen goedkeurt.
Samengevat
Taal
Voor adviezen op het gebied van grammatica houden we de ANS aan als eerste autoriteit en volgen we Schrijfwijzer als praktijkgids.
- ANS (theorie)
- Schrijfwijzer (praktijk)
Spelling
Voor adviezen op het gebied van spelling kiezen we voor de Leidraad als eerste autoriteit, met op bepaalde punten de Spellingwijzer of Schrijfwijzer als alternatief.
Spellingsregels
- Leidraad
- Schrijfwijzer
Spelling specifieke woorden
- Woordenlijst Nederlandse taal, tenzij:
- in strijd met de Leidraad.
In dat geval:
- Spellingwijzer Onze Taal
- Nieuwe Spellinggids
Stijl
Voor adviezen op het gebied van stijl kiezen we voor ons eigen inzicht als eerste autoriteit, ondersteund door Schrijfwijzer.
- Eigen stijlregels
- Schrijfwijzer